BEELDENDE KUNST
  Rubriek door Toos van Holstein

Kunst en Krisis

Emanuel de Witte, De binnenplaats van de beurs te Amsterdam (1653), 49 cm-48 cm,

Museum Boymans van Beuningen

Stel dat begin 17de eeuw de eerste aandelenbeurs ter wereld niet in Amsterdam was opgericht, zou de huidige financiële crisis er dan niet zijn geweest? Ach, ik denk van niet, want dan was die beurs wel ergens anders ontstaan. Maar het blijft natuurlijk wel frappant dat de Noordelijke Nederlanden aan de basis hebben gestaan van het moderne beurswezen. Want de aandelen van de VOC, vaak gezien als ook al de eerste multinational ter wereld, moesten toch ge- en verkocht kunnen worden. En vergeet ook even niet dat de in 1609 opgerichte Amsterdamse Wisselbank in feite de Moeder aller Centrale Banken is zoals we die tegenwoordig overal ter wereld kennen. Wie weet staat ergens op het schilderij van Emanuel de Witte (1617-1692) van de binnenplaats van de aan het Rokin gelegen Amsterdamse beurs wel de Wellink of Zalm van die tijd tussen al die, vooral deftige, heren. In ieder geval staan die niet op het werk “Stock” van de jonge Nederlandse kunstenaar Tjebbe Beekman.

Tjebbe Beekman, Stock, 282 cm-405 cm

Daarop is vrijwel geen mens te zien tussen die gigantische puinzooi aan elektronica in een ruimte die toch vooral aan een zwart gat doet denken. Zoals bekend verdwijnt alles dat ook maar enigszins in de buurt van zo’n zwart gat komt erin om er nooit meer uit te komen. Dat komt dan aardig overeen met de ervaring van velen toen ze hun geld op, of misschien beter gezegd in, de beurs zagen verdwijnen. Het is beslist geen omgeving om vrolijk van te worden. Is er een betere manier om de huidige financiële crisis weer te geven?

Hoe dan ook, het is interessant te zien hoe je met twee schilderijen de vroegere en de huidige beurshandel kunt markeren. Een deftige mannenwereld met veel zwarte kleding waar men met elkaar staat te overleggen en een duistere, ingewikkelde elektronicawereld zonder mensen waarin, zoals ik las, met de huidige software een informatievoorsprong van ééntiende van een seconde al doorslaggevend kan zijn voor winst of verlies.

Luchtbellen

Maar die menselijker wereld van het begin betekent natuurlijk niet dat het toen allemaal koek en ei was. Want als een stad in enkele decennia uitgroeit tot één van de belangrijkste financiële centra van de wereld en voorloper is met allerlei financiële ontwikkelingen  heb je daarvan natuurlijk niet alleen de lusten maar ook de lasten.

Zo bevindt zich in het Amsterdams Stadsarchief een brief uit 1610 waarin het stadsbestuur beleggers verbiedt om op ongedekte manier aktiën, aandelen dus, te verkopen die ze nog niet bezitten. Nu heb ik me laten vertellen dat de moderne uitdrukking naked short selling zo’n beetje hetzelfde inhoudt. Tja, zo leert een mens nog eens wat van zo’n crisis. Maar moet ik nu concluderen dat we de afgelopen eeuwen veel hebben bijgeleerd als minister Bos, net als dat Amsterdams stadsbestuur, in 2008 tijdens de kredietcrisis een drie maanden durend verbod uitvaardigt tegen dat naked short selling? Leren van de geschiedenis blijkt altijd maar weer een moeizame zaak, zeker als gretigheid en hebzucht om de hoek komen kijken. Want hadden we in onze Lage Landen ook niet te maken met de eerste financiële luchtbel die barstte? De tulpenmanie! Dat is natuurlijk lang geleden maar uit alle tussenliggende economische en financiële bubbels blijkt altijd weer dat de combinatie van hebzucht en de kortstondigheid van het menselijk geheugen een vijand is die nauwelijks valt te verslaan.

Tulpenmanie

Meewarig kijken we er op terug, het gedrag van die stomme burgers die in de jaren 1635 en 36 steeds grotere kapitalen betaalden voor tulpenbollen, per stuk of per mandje of per gewichtseenheid, terwijl ze nog onder de grond aan het groeien waren. Maar op papier werden ze al weer met winst doorverkocht aan anderen die daar ook weer winst op dachten te maken. Nee, dan doen we het nu heel wat slimmer! Nu worden slechte Amerikaanse hypotheken door banken wiskundig slim versneden met andere financiële producten en in virtuele mandjes verkocht aan andere banken die dat alles weer opnieuw versnijden en doorverkopen zodat op het laatst niemand meer weet wat ie heeft gekocht. Dat is nog eens financiële innovatie! Gek dat het ons dan nu niet beter vergaat dan destijds die stomme tulpenbollenkopers.

De tulpenmanie, die zijn einde vond in februari 1637, moest natuurlijk ook in de kunst wel zijn weerslag vinden. Heel persoonlijk was dat het geval bij de bekende landschapschilder Jan van Goyen (1596-1656), die kort voor de ineenstorting een Haagse burgemeester 1900 gulden betaalde voor 10 tulpenbollen en hem daarbij nog een schilderij beloofde van Salomon van Ruysdael en een historiestuk van hemzelf. Hij stierf uiteindelijk als schuldenaar.

Maar ik bedoel hier toch eigenlijk meer de weerslag die deze episode vond in afbeeldingen op schilderijen.

Jan Brueghel de Jonge, Satire op de tulpomania, 31-49 cm, Frans Hals Museum

Een bekend voorbeeld is een werk van Jan Brueghel de Jonge (1601-1678), één van de schilders uit de bekende Bruegheldynastie. Die begon met Pieter Brueghel de Oude, de zogenaamde Boerenbrueghel, die twee zonen had, Jan Brueghel de Oude, ook bekend als de Fluwelen Brueghel en Pieter Brueghel de Jonge, bijgenaamd de Helse Brueghel, waarbij de al genoemde Jan Brueghel de Jonge natuurlijk een zoon was van Jan Brueghel de Oude. Volgt u ’t nog?  

Op het schilderij zijn apen bezig met de teelt van tulpen, geld tellen, dobbelen, schransen, rechts staat een aap op tulpen te plassen, in een strafbankje zit een aap te huilen, op de achtergrond wordt zelfs een speculant ten grave gedragen, enz., enz.

De boodschap is duidelijk, de mens was maar een stomme aap. Daarbij kun je je overigens afvragen of apen wel zo dom zijn. Want heeft men niet eens een aap pijltjes laten gooien op een lijst met aan te kopen aandelen en versloeg hij daarbij niet de zogenaamde beursdeskundigen met het uiteindelijk resultaat? En dit schijnt echt geen broodje-aap verhaal te zijn.

Op een ander schilderij, “Flora’s Mallewagen” uit 1640 van de in Haarlem wonende schilder Hendrick Pot (1580-1657), wordt de tulpenmanie ook met allerlei symbolen uitgebeeld.

Hendrick Pot, Flora’s Mallewagen, 61-83 cm, Frans Hals Museum

Op de door onze beroemde uitvinder Simon Stevin ontworpen zeilwagen, die natuurlijk direct al een mooi symbool is voor windhandel, bevinden zich naast de verleidelijke, diep gedecolleteerde  bloemengodin Flora drie heren met zotskappen, Leckebardt, Graegrijck en Liegwagen en de twee dames Vergaer Al en IJdel Hoop. Achter de wagen lopen onder andere wevers en in de verte ligt  Haarlem. Die stad vormde samen met Alkmaar de centra van zowel tulpenhandel als manie. Die speelde zich juist niet af op de beurs maar meestal op gereguleerde bijeenkomsten in herbergen waar vooral de middenklasse zich eraan overgaf. Voor het feit dat die zich ook sterk met de handel bemoeide, wordt als verklaring wel eens gezien dat juist in de jaren 1633 tot 1635 een zware pestepidemie in Holland had gewoed. Daardoor was er een tekort ontstaan aan arbeidskrachten in een bloeiende economie, werden de lonen opgedreven en hadden de handwerkslieden meer geld voor luxe aankopen. Dit klinkt natuurlijk als economie voor dummies maar eigenlijk is er in de loop der eeuwen dus niet zoveel veranderd. Bij die handwerkslieden hoorden ook de Haarlemse wevers achter de mallewagen. Bekend is dat van hen een aantal hun weversinstrumenten hadden beleend om maar aan contant geld te komen ter belegging in tulpenbollen. Want er was, zoals blijkt uit het verhaal over Jan van Goyen, heel veel geld gemoeid met die handel. Op het hoogtepunt van de manie, vlak voor de instorting, werd voor de zeer zeldzame, prachtig vlamgekleurde Semper Augustinus een bedrag betaald van 4.600 gulden plus een nieuw rijtuig, twee grijze paarden en een volledig harnas. En nu weten we dat die vlammen in de bloem veroorzaakt worden door een virusziekte die zorgt voor een niet reproduceerbaar patroon. Hoe duur kan een ziekte zijn! Zeker als je bedenkt dat destijds voor een dergelijk bedrag een niet onaardig optrekje aan de Amsterdamse Herengracht kon worden aangeschaft en dat voor de Nachtwacht van Rembrandt 1.600 gulden was betaald.

De symbolische namen van de personen op het schilderij van Hendrick Pot kennen we trouwens omdat het gebaseerd is op een spotprent uit die tijd van Crispijn van de Passe de Jonge waarop die namen vermeld staan. In grote oplagen gedrukte spotprenten, meestal etsen, waren in die tijd heel populair bij het aan de kaak te stellen van allerlei zaken. Iedereen kon ze lezen als een soort krant omdat de gebruikte symboliek algemeen bekend was.

De windhandel van 1720

Arlequyn actionist, ets over de Mississippi bubbel in Frankrijk

Dat kwam ook weer goed van pas bij een meer internationale financiële bubbel rond 1720. In die tijd hadden Frankrijk en Engeland gigantische begrotingstekorten door o.a. de hoge kosten voor diverse gevoerde oorlogen. Hier gold dus het adagium van Heer Bommel “Tom Poes, verzin een list”. Die list kwam van John Law, een Schotse gokker die in Engeland vanwege een slecht afgelopen duel veroordeeld was maar uit de gevangenis wist te ontsnappen en van 1702-1713 regelmatig in Nederland verkeerde. Een zeer betrouwbaar figuur dus, die in ons land blijkbaar op allerlei nieuwe financiële ideeën kwam maar die hier net zo min als in zijn eigen Schotland, niet kreeg uitgevoerd.

In Frankrijk echter had men er wel oren naar. Als land was het in feite failliet omdat de staatsobligaties, waarmee de boel al tijden overeind werd gehouden, niet meer met het vereiste muntgeld konden worden afgelost. Het idee berustte op het drukken van papiergeld dat maar gedeeltelijk gedekt zou zijn door achterliggende waarden als schuldpapieren, goud, zilver en land. Hierdoor hoefden er ook veel minder munten van edelmetaal in omloop te zijn. Dat kwam heel goed uit want daaraan was een schrikbarend tekort door de hoge goud en zilverprijs. Dit klinkt voor ons heel normaal, maar was toen revolutionair. In het begin functioneerde dit systeem heel redelijk omdat Law de tegenwaarde van het papiergeld ook daadwerkelijk kon uitbetalen als maar niet iedereen tegelijk zijn munten wilde. Maar toen kwam de tweede truc, de oprichting van een soort semi- staatsbedrijf, de Compagnie d’Occident, dat het monopolie kreeg op de handel met Louisiana, het toenmalige Franse deel van de huidige USA. Aandelen daarin konden echter alleen gekocht worden met staatsobligaties als betaalmiddel. Na behoorlijk sjoemelen met veel te rooskleurige cijfers over de te verwachten winsten bleken steeds meer bezitters van staatsobligaties bereid die om te wisselen in aandelen waarop de te verwachten winsten dus geheel onzeker waren. Voor de Franse staat was het natuurlijk kat in ‘t bakkie dat op deze manier veel staatsobligaties uit de markt werden genomen en de staatschuld dus aanzienlijk daalde. De aandelen stegen steeds meer tot uiteindelijk zo’n 150 maal de oorspronkelijke waarde, iedereen wilde slapende rijk worden, er werden dus steeds meer aandelen van de Compagnie op de markt gebracht zonder dat er dekking voor was en alles was klaar voor de grote boem. Vooral buitenlandse beleggers, vaak Nederlanders, namen hun winst en moesten uit de schaarse voorraad klinkende munt worden uitbetaald. Daardoor ontbrak ten slotte voldoende dekking voor de aandelen, men ontdekte op een luchtbel te zitten en het zaakje stortte in 1720 gigantisch in elkaar, de zogenaamde Mississippi bubbel was een feit. Bijgaande spotprent, met ook nog een detail ervan, geeft aardig weer hoe het zat.

Detail Arlequin

Iemand krijgt muntgeld naar binnen gegoten en poept papier uit dat gretig door een vechtende menigte in bezit wordt genomen, op de voorgrond liggen dobbelstenen en kaarten en een aap, daar is ie weer, is bezig met geldbuidels. Iets dergelijks gebeurde eveneens in Engeland, alleen heette het daar de South Sea Bubble, en in iets mindere mate ook in Nederland. Hier werden ook tientallen aktiëncompagnieën opgericht die nauwelijks een tegenwaarde konden bieden voor het geld dat in hun aandelen werd gestoken, met alle bijbehorende gevolgen.

280 Jaar later hadden we de internethype en de dotcom crisis. We gingen een glanzende toekomst tegemoet met de zogenaamde New Economy. Vooruitziende economen zagen een wereld waarin alles alleen maar vooruit kon gaan, financiële en economische crises zouden voor altijd uitgebannen zijn. De aandelen van IT bedrijven stegen sky high, gebaseerd op pas ver in de toekomst te verwachten superwinsten, en toen was er plotseling toch weer de grote knal van die zeepbel! Over die New Economy hebben we daarna weinig meer gehoord en de adepten ervan hielden wijselijk hun mond.

Wijze les van Jheronimus Bosch

Zo zijn er natuurlijk regelmatig economische zeepbellen geweest, verspreid over de gehele wereld. En daarbij zijn ook heel vaak weer links naar de kunst te maken. Want wat is het verband  van de Japanse vastgoedbubbel in 1991 met het “Portret van Dr.Gachet” van Vincent van Gogh? En hoe zit dat met de relatie tussen Amerikaanse kunst tijdens de Grote Depressie in de jaren rond 1930, sociaal realisme, Hitler en het na-oorlogse schilderen? Maar u begrijpt, dat zijn weer andere verhalen, wel alle echter met een link naar de menselijke psyche.

Detail van De Hooiwagen (3-luik), 135-190 cm, Jheronimus Bosch, Prado (Madrid)

Daarom wil ik tot slot toch nog even verwijzen naar ons aller Jheronimus Bosch (circa 1450-1516) die de menselijke ziel toch wel heel goed had doorgrond. Wat te denken van zijn “Hooiwagen”? Op het middendeel van dit drieluik probeert een hysterische menigte op leven en dood die kar te bestormen. Maar waarom een hooiwagen? Wel, in die tijd stond  hooi symbool voor vele zaken zoals aardse bezittingen, hebzucht, onbelangrijkheid, bedrog en vergankelijkheid. Op het hier niet getoonde rechterdeel wordt de wagen door duivels dan ook de hel binnen getrokken! Geen optimistisch mensbeeld.

Op dus naar de volgende economische of financiële crisis, want die gaat er natuurlijk weer een keer komen. Vergeet ook niet die berichten over de voedselcrisis en de watercrisis. En was er ook niet nog zoiets als een klimaatcrisis? Veel plezier de komende tijd!


Als u op mijn artikel wilt reageren, stuurt u mij dan een email.

Als u mijn nieuwsbrieven per email wilt ontvangen, kunt u dat hier aangeven.